Gratis verzending binnen Nederland bij bestellingen boven €55

IN DE HOOFDROL

Katoen verbouwen zonder schadelijke pesticiden: het kan echt

Op een biologische manier gewassen (zoals katoen) verbouwen, waarbij geen schadelijke pesticiden worden gebruikt, levert in Ethiopië alleen maar positieve resultaten op: hogere opbrengsten en gezonde en gelukkigere boeren. Dit gaat volledig in tegen het hardnekkige idee dat katoen alleen kan worden verbouwd met gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Wudinesh Koricho is katoen- en maïsboer en moeder van zeven kinderen. Ze woont met haar familie in het dorp Shelle Mella, in de Ethiopische Rift Valley. Ze vertelt over haar werk in een van de Farmer Field Schools van Pesticide Action Nexus (PAN) Ethiopia. “Vroeger sprayden we DDT en malathion over onze katoengewassen. De mannen sjouwden de pesticiden mee op hun rug en de vrouwen mengden ze zelf. De bestrijdingsmiddelen stroomden in onze rivieren en zorgden voor gezondheidsproblemen bij zowel de kinderen als de boeren.”

Ze pakt haar notitieboekje erbij en slaat het open op een pagina waarop ze allerlei insecten heeft getekend. “We hebben geleerd wat het verschil is tussen ongedierte en insecten en weten nu wat de voor- en nadelen van pesticiden zijn. Er is veel werk gedaan zodat wij deze training konden volgen.”

Wudinesh maakt deel uit van een groep binnen een ambitieus project van de organisatie PAN Ethiopia, die kleine katoenboeren opleidt in pesticidevrije katoenbouw. Het project werd in 2013 met een groep van 90 boeren gestart. Dat zijn er inmiddels duizenden. Op Tweede Kerstdag 2017 werden 200 van hen biologisch gecertificeerd, als eersten in hun land.

Katoen is binnen een ethisch en ecologisch verantwoorde wereld een hoofdpijndossier. Het is namelijk een enorm gewild product. Volgens het rapport Preferred Fibers van Textile Exchange bestaat 22% van al onze kleding en textiel uit katoen; minder dan 1% hiervan is biologisch. In India en Pakistan en bij kleine boeren in Afrika heeft katoen een enorme impact op het land en de levens en het levensonderhoud van mensen.

De prijs van katoen ligt heel hoog en de armsten betalen de prijs.

De katoenbouw is erg arbeidsintensief en vraagt om veel middelen en energie. Katoen is lastig te verbouwen en ook nog eens heel kwetsbaar voor zwaar weer en ongedierte als de bollworm, een bepaalde motlarve die gek is op katoen. Slechts 2,5% van alle landbouwgrond wordt gebruikt voor katoen, maar de industrie is wereldwijd goed voor 16% van alle insecticiden en 6% van alle pesticiden.

Dat is meer dan bij enig ander groot gewas. En overal waar pesticiden worden gebruikt, is sprake van vervuiling. De chemische stoffen sluipen in de ecosystemen, waarbij ze grond en water vervuilen en schadelijk zijn voor dieren én de kleine boeren die de pesticiden met de hand sproeien.

Volgens de VN gaan er per jaar ongeveer 200.000 mensen dood nadat ze zijn blootgesteld aan de giftige bestrijdingsmiddelen. Nog meer mensen houden er een chronische ziekte aan over. Ze proberen hun land te onderhouden terwijl ze strijden tegen kanker of een neurologische aandoening, als gevolg van het gebruik van pesticiden.

Volgens een UNEP-rapport over de Costs of Inaction on the Sound Management of Chemicals bedroegen in Sub-Sahara de gezondheidskosten Afrika in relatie tot pesticiden $ 6,2 miljard.

Pesticiden zelf zijn ook niet goedkoop. Een kleinschalige boer geeft tot wel 60% van zijn – erg magere – jaarinkomen uit aan insectensprays en doet dat vaak ook nog eens op krediet. Eén enkele slechte oogst kan een boerengezin al diep in de schulden brengen. Door klimaatverandering komt dit helaas steeds vaker voor.

Dergelijke schulden worden gezien als de oorzaak van zelfmoord onder duizenden boeren. In India waren dat er in de afgelopen drie decennia wel 60.000. De hoge schuld ontstaat onder andere door zaden van Bt-katoen (een genetisch gemodificeerd katoengewas). Deze zaden kosten namelijk aanzienlijk meer dan de gewone katoenzaden.

Bt-katoen is door de biotechmultinational Monsanto ontwikkeld, dat 95% van de Indiase zadenmarkt beheert. Dit type katoen bevat genen van een veelvoorkomende bodembacterie, Bacillus thuringiensis, een natuurlijke vijand van insecten en larven. Het werd ontwikkeld in de strijd tegen de bollworm. Maar Bt-katoen blijkt niet zo weerbaar en veelzijdig als werd gedacht. De oogstvoorspellingen voor dit jaar zijn dan ook somber.

Daarnaast vinden er binnen de katoenindustrie grove mensenrechtenschendingen plaats. Het ergst is het in landen met dwangarbeid, zoals Oezbekistan en Turkmenistan, belangrijke exporteurs van katoen. Duizenden leraren, artsen en verpleegkundigen worden gedwongen katoen te plukken om te voorkomen dat zij anders hun baan verliezen.

De oplossing voor deze pijnlijke bloemlezing is overgaan op biologische katoenbouw. Alle 200 boeren binnen PAN Ethiopia zullen dit beamen.

De boeren worden getraind in een project, gefinancierd door de Britse stichting TRAID en gesteund door PAN UK. Onderwerpen zijn technieken om bodem en water schoon te houden, natuurlijke bestrijdingsmiddelen en het telen van andere gewassen. Kennis die met de komst van pesticiden langzaam verloren is gegaan. De 200 biologische boeren in Ethiopië gebruiken natuurlijke pesticiden van lokale ingrediënten, zoals neemzaadjes, die nuttige insecten aantrekken. Deze peuzelen het ongedierte dat de gewassen bedreigt op.

De opbrengsten van de boeren in de Rift Valley zijn bijna verdubbeld. Hun katoen verkoopt bijna 77% beter, door een combinatie van de hogere kwaliteit van het katoen en de mogelijkheid betere prijsafspraken te maken door hun deelname aan een coöperatie. Dit is een klap in het gezicht van de pesticidenindustrie, die miljoenen uitgeeft om de wereld te overtuigen van de noodzaak van chemische bestrijdingsmiddelen.

De boeren krijgen extra inkomsten door naast katoen gewassen als shea en cashew te verbouwen. De biologische landbouw heeft er ook toe geleid dat er meer bijen rondvliegen: een bewijs van een gezond ecosysteem. Dit geeft de boeren de kans bijenkasten aan te leggen, waardoor ze ook honing kunnen verkopen en zo meer inkomsten genereren.

Steeds meer bedrijven gebruiken biologisch katoen. Rob Drake-Knight is mede-oprichter van het bekroonde eco-merk Rapanui, dat de kleding en accessoires van biologisch katoen maakt voor de eerste pop-upwinkel van Lush. Hier vind je een exclusief aanbod van genderneutrale kleding en accessoires, gericht op behoud, dierenrechten, gender equality en nog veel meer belangrijke onderwerpen. Rob: “Biologisch katoen is beter voor het klimaat, de biodiversiteit en de gezondheid en het welzijn van de telers. Dat leidt allemaal tot producten van een hogere kwaliteit.” Het biologisch katoen van Rapanui wordt verbouwd en verwerkt in Gujarat in India.

Menza Maille, een andere boer uit het succesverhaal van TRAID en PAN (Ethiopia), staat trots voor een prachtig katoenveld. Boven hem hangt een bordje met de tekst: Village Chano Mile. Food Spray Trial. Sowing Date May 19, 2017.

“De landbouw hier is echt veranderd,” vertelt Menza tevreden. “De schade door het spuiten van pesticiden was enorm, ook mijn gezondheid leed eronder. PAN Ethopia leerde ons dat we de maïs die we verbouwen kunnen gebruiken om een voedselspray te maken. Hierdoor heb je helemaal geen pesticiden nodig.”

“Ik zie duidelijke veranderingen sinds ik die maïsspray gebruik, en ik voel me een stuk gezonder. Dankzij het project zijn boeren gestopt met pesticiden. Onze gemeenschap is nu heel gelukkig.”

Bel Jacobs is een ethische-modejournalist en blogger.

 

Lees alle Lush nieuwtjes in onze nieuwsbrief! Geef je nu op en mis niets!

Lees meer:

organic cotton ethiopia

Overal waar pesticiden worden gebruikt, is sprake van vervuiling. De chemische stoffen sluipen in ecosystemen, waarbij ze grond en water vervuilen en schadelijk zijn voor dieren én de kleine boeren die de pesticiden met de hand sproeien.

Opmerkingen (0)
0 opmerkingen
Vergelijkbare inhoud (0)

Vergelijkbare producten

0 producten