Gratis verzending binnen Nederland bij bestellingen boven €55

IN DE HOOFDROL

Laten we het over gender hebben

Gender is iets persoonlijks en hoeft niet per se hetgeen te zijn wat je bij je geboorte werd vastgesteld. Hoe je iemand de eerste keer aanspreekt kan dus belangrijker zijn dan je denkt.

Voor veel mensen zijn er twee genders: man en vrouw. Maar voor anderen is gender een complexer begrip en gaat het meer over persoonlijke expressie en identiteit.

De meesten van ons zijn cisgender (zie de begrippenlijst onderaan dit artikel) en identificeren zich met het geslacht dat bij hun geboorte werd vastgesteld. Sommigen zijn dit niet; zij kunnen bijvoorbeeld transgender zijn, non-binair, gender-nonconform of intersekse.

Het is gemakkelijk om op basis van iemands uiterlijk aannames te doen over diens geslacht, maar die kloppen niet altijd. Zulke aannames kunnen zelfs het idee versterken dat iemand er op een bepaalde manier uit moet zien: een die hun genderidentiteit laat zien. Dit kan schadelijk zijn, omdat het iemand kan beperken in diens vrijheid van meningsuiting. Daarnaast kan het ook een cultuur van ‘voorwaardelijke acceptatie’ opdringen.

Niemand vindt het leuk aangesproken te worden met een verkeerde naam of onjuiste aanhef. Het is op z’n minst ongemakkelijk en kan voor sommigen ook kwetsend zijn. Genderdysforie zorgt bij transgenders voor extra ongemak: het gevoel van onbehagen dat een transpersoon kan hebben als diens geboortegeslacht en genderidentiteit niet overeenkomen. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat iemand het gevoel heeft dat de identiteit wordt genegeerd of niet wordt erkend, zelfs als dit niet opzettelijk gebeurt.

Uit onderzoeken blijkt dat de kwaliteit van leven en het gevoel van welzijn van transgenders verbeteren als zij worden aangesproken op een manier die overeenkomt met hun genderidentiteit. Niet zo gek, aangezien iedereen op z’n best is als men zich prettig voelt op het werk, thuis en in de maatschappij. Als je dus moeite doet iemand op de juiste manier aan te spreken, laat je zien dat je diegene respecteert. Tegelijkertijd draag je bij aan een veilige, gastvrije en blije omgeving voor iedereen.

Iemand vragen hoe diegene wil worden aangesproken kan ongemakkelijk voelen. Een manier is door gewoon te zeggen: “Hoi, mijn naam is … Ik geef de voorkeur aan ‘hij’ en ‘hem’. En jij?”

Hoe belangrijk zelfidentificatie of verwijswoorden zijn, is misschien moeilijk te bevatten als je niet bekend bent met genderdysforie. Zelfidentificatie gaat niet over labels of categorieën: het gaat over autonomie en over meer begrip en een betere verbinding met de wereld en iedereen om je heen.

Bij Lush erkennen we dat er meer dan twee genders zijn: iedereen is welkom en iedereen wordt gerespecteerd. We lopen al lange tijd voorop in campagnes over dit onderwerp. Daarnaast spreken we ons uit tegen onrecht en zetten we ons in voor inclusiviteit.

Begrippenlijst

Cisgender – iemand bij wie de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht. Cisgender wordt ook wel gedefinieerd als iemand die ‘een genderidentiteit of genderrol heeft die de samenleving geschikt acht voor iemands geslacht’. Het is de tegenhanger van de term transgender.

Transgender – transgenders hebben een genderidentiteit of genderexpressie die afwijkt van hun geboortegeslacht. Transgender is een overkoepelende term: het omvat mensen van wie de genderidentiteit het tegenovergestelde is van hun toegewezen geslacht (transmannen en -vrouwen) en mensen die niet volledig mannelijk of vrouwelijk zijn, of personen die zich genderqueer, non-binair, bigender, pangender, genderfluïde of agender noemen.

Bigender – een term voor iemand met twee genders.

Pangender – een term voor iemand met meerdere genders. Een pangender kan zichzelf zien als lid van alle geslachten.

Agender – een term voor iemand zonder gender.

Non-binair – verwijst naar elk geslacht dat niet uitsluitend exclusief mannelijk of vrouwelijk is. Een vergelijkbare term is genderqueer.

Genderqueer – een overkoepelende term voor genderidentiteiten die niet uitsluitend mannelijk of vrouwelijk zijn; identiteiten die buiten genderbinair en cisnormatief liggen. Genderqueerpersonen kunnen een combinatie van mannelijkheid en vrouwelijkheid uitdrukken.

Intersekse – bij intersekse vertoont een lichaam zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken. Iemand kan er bijvoorbeeld aan de buitenkant vrouwelijk uitzien, maar van binnen een mannelijke (seksuele) anatomie hebben.

Gender-nonconform – gedrag of genderexpressie die niet overeenkomt met mannelijke en vrouwelijke ‘gendernormen’. Mensen die zich op deze manier uitdrukken, worden gendervariant, gender-nonconform, genderdivers, gender-atypisch of genderqueer genoemd. Ze kunnen transgender zijn of een andere variant binnen hun genderidentiteit hebben.

Genderfluïde – deze term kan het best worden omgeschreven als een dynamische mix van genders. Een genderfluïde persoon kan zich altijd een combinatie voelen van de twee traditionele genders, maar de ene dag meer mannelijk en de andere dag meer vrouwelijk.

Verwijswoord – kan verwijzen naar een persoon in een gesprek (bijv. ik, jij) of naar iemand die ergens wordt genoemd (bijv. zij, hij, zij). Verwijswoorden zijn vaak verbonden aan iemands genderidentiteit. Maar dit gaat niet altijd op: omdat het gender van een persoon vaak privé is, moet een verwijswoord niet worden gezien als een opening om te vragen naar iemands gender.

Hij/hem/zijn –wanneer je naar een persoon verwijst zonder een naam te gebruiken. Bijvoorbeeld: “Hij pakte de fiets.”

Zij/haar/haar – wanneer je naar een persoon verwijst zonder een naam te gebruiken. Bijvoorbeeld: “Zij gaat naar het strand.”

Zij/hun/hen – wanneer je naar meerdere personen verwijst zonder een naam te gebruiken. Bijvoorbeeld: “Zij bakken een taart.”

Hen/hun – voorbeelden van gendervrije verwijswoorden binnen de genderqueer-gemeenschap. Wanneer je naar een persoon verwijst zonder een naam te gebruiken. Bijvoorbeeld: “Hen is vroeg aangekomen.” In het Engels wordt vaak gebruikgemaakt van ze/zir/zers of ze/hir/hers.

Androgyne – de combinatie van mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. Deze term wordt vaak gebruikt voor het beschrijven van personen die geen specifiek gender hebben.

Dragqueen – een persoon, vaak mannelijk, die zich kleedt als vrouw. De term wordt vaak gebruikt voor personen die zich voor openbare optredens op glamoureuze wijze als vrouwen kleden.

Dragking – een persoon, vaak vrouwelijk, die zich kleedt als man. De term wordt vaak gebruikt voor personen die zich voor openbare optredens op glamoureuze wijze als man kleden.

Presenteren – deze term wordt meestal gebruikt om te beschrijven hoe iemand diens gender fysiek uitdraagt door middel van kenmerkende gendereigenschappen.

Zich identificeren – deze term wordt meestal gebruikt om te beschrijven hoe iemand wil worden erkend, bijvoorbeeld: “hij identificeert zich als man”.

Queer – een parapluterm voor o.a. homoseksualiteit, biseksualiteit en travestie. De term wordt vaak gebruikt door personen die de termen homo, lesbisch of biseksueel als te beperkend ervaren, of zich niet kunnen verenigen met de culturele achtergrond daarvan.

Geboortegeslacht – de vaststelling van het geslacht van een baby bij de geboorte, aan de hand van fysieke kenmerken. Dit is echter geen definitieve bepaling.

Genderdysforie – het gevoel van onbehagen dat een transpersoon kan voelen als diens geboortegeslacht en genderidentiteit niet overeenkomen.

Misgender – een term voor het gebruiken van een woord, meestal een voornaamwoord of verwijswoord, dat niet overeenkomt met het gender waarmee iemand zich identificeert.

Doopnaam – de (oorspronkelijke) naam van iemand die de voornaam heeft gewijzigd. Het kan kwetsend of beledigend zijn iemand met diens oude naam aan te spreken wanneer diegene heeft aangegeven anders te worden aangesproken.

 

Lees alle Lush-nieuwtjes in onze nieuwsbrief. Meld je nu aan en blijf op de hoogte!

Het is gemakkelijk op basis van iemands uiterlijk aannames te doen over diens geslacht, maar die kloppen niet altijd.

Opmerkingen (0)
0 opmerkingen