Gratis verzending binnen Nederland bij bestellingen boven €55 | Langere levertijden - lees meer

IN DE HOOFDROL

Niet zo smart: zo worden smartphones gemaakt

Lithium-ion (li-ion)-batterijen wegen gemiddeld 21 tot 45 gram: de reden dat jouw smartphone licht genoeg is om in je broekzak te dragen. Maar de grondstoffen voor deze batterijen worden geassocieerd met kinderarbeid, dwangarbeid, corruptie en mensen die worden blootgesteld aan stof dat vol zit met giftige metalen. Dit is het bewijs dat we een serieus probleem hebben met onze smartphones. Kathryn Hindess nam een kijkje in de gevaarlijke wereld van smartphones.

De techwereld is gek op lithium-ion-batterijen: ze gaan langer mee en zijn stukken lichter dan andere oplaadbare batterijen. Geen wonder dus dat ze in onze smartphones zitten. En dankzij o.a. de opkomst van elektrische auto’s (we see you Elon Musk) wordt verwacht dat de prijs op de wereldmarkt zal groeien van $ 65 miljard nu naar $ 100 miljard in 2025.

In lithium-ion-batterijen zit kobalt. Dit komt hoogstwaarschijnlijk uit Congo, aangezien het land 50% van alle kobalt ter wereld levert.

Dit kobalt is mogelijk gedolven door ambachtelijke mijnwerkers in het zuiden van het land. Deze mensen (geschat wordt dat het gaat om 110.000 tot 150.000 mijnwerkers) werken in zelf gegraven tunnels. Ze gebruiken daarbij hun blote handen of primitieve gereedschappen. Dit gedolven kobalt beslaat een vijfde van de totale kobaltexport uit Congo.

Onderzoekers van Amnesty International en Africa Resources Watch (Afrewatch) reisden in april en mei 2015 af naar het zuiden van Congo, om te zien of er sprake was van mensenrechtenschendingen binnen de handel in kobalt. Ze ontmoetten kinderen als Paul van 14 jaar die al twee jaar in de mijn werkte, vaak 24 uur per dag onder de grond. Hij vertelt: “Ik kwam ’s ochtends aan en vertrok de volgende dag pas weer. Ik moest mijn behoefte in de tunnels doen.”

Gevaarlijke mijnen en schendingen van mensenrechten

Het hierop volgende rapport van Amnesty International en Afrewatch, This is What We Die For, legde een productieketen bloot die bij de mijnwerkers begint en naar verluidt eindigt bij elektronicamultinationals als Apple, Samsung, Dell en LG.

Door de verschillende actoren in de supply chain met elkaar te verbinden, kwam daar het volgende uit naar voren: kinderen moeten stenen wassen en sorteren of zware zakken dragen, voor maar $ 2 per dag. Volwassen werken onder gevaarlijke omstandigheden, zonder enige wettelijke bescherming of veiligheidsmiddelen als handschoenen en gasmaskers. Ook was er sprake van mijninstortingen en ongelukken onder de grond: tussen september 2014 en december 2015 berichtte het Congolese VN-radiostation Radio Okapi over meer dan 80 dodelijke ongelukken onder mijnwerkers. Bedrijven hadden volgens het rapport uit zichzelf niets aan de veiligheid gedaan voordat zij een brief van Amnesty en Afrewatch ontvingen.

“De misstanden in de mijnen vallen niet op omdat consumenten geen flauw benul hebben van de omstandigheden in de mijnen, de fabrieken en aan de lopende band. We ontdekten dat handelaren kobalt inkopen zonder ook maar één vraag te stellen over waar en hoe het kobalt is gedolven,” zegt Emmanuel Umpule, Executive Director van Afrewatch.

Twee jaar later, in november 2017, publiceerde Amnesty International het rapport Time to Recharge. Het richtte zich opnieuw op bedrijven die materialen verwerken of gebruiken die kobalt bevatten: dat waren er 29. Er was ook goed nieuws: 22 bedrijven hadden hun connectie met Huayou Cobalt onder de loep genomen, een bedrijf dat een dochtermaatschappij in Congo bezit die een grote inkoper is van ambachtelijk kobalt.

Maar een aantal bevindingen waren niet zo bemoedigend:

“Twee jaar nadat Amnesty International de grootte van het probleem aan de kaart stelde, heeft nog geen enkel bedrijf van de 29 organisaties die in het rapport zijn genoemd iets gedaan aan de mensenrechten binnen hun productieketen,” aldus Amnesty International.

Volgens Amnesty zijn deze bedrijven heel goed in staat “een duidelijk beleid in te voeren dat de mensenrechten binnen de productieketen in acht neemt – zeker als dit wettelijk verplicht is”.

De meeste hadden al duidelijke regels opgesteld over conflictmineralen uit Congo, zoals tin, tantaal, wolfraam en goud. Dit omdat zij hiertoe door sectie 1502 van de Amerikaanse Dodd-Frank Act werden verplicht.

Deze wet werd in 2010 door president Obama ondertekend. De Dodd-Frank Act liet zien welke rol tin, tantaal, wolfraam en goud spelen binnen de financiering van Congolese rebellen. Zo werden een aantal mijnen in Congo vóór de invoering van de wet illegaal beheerd door regeringstroepen en gewapende milities. Geschat wordt dat zij elk jaar $ 185 miljoen verdienden aan de gedolven mineralen.

Sectie 1502 verplichtte bedrijven aan te geven of er binnen hun productieketen sprake is van conflictmineralen uit Congo. Deze kleine clausule had een enorm effect op het land: president Joseph Kabila verbood stante pede alle mineraalexporten uit de provincies Noord- en Zuid-Kivu en Maniema. In veel gemeenschappen waar mijnbouw de enige bron van inkomsten was, werd de productie volledig stilgelegd.

Laura Seay van het Center for Global Development vat het kort samen: “Sectie 1502 heeft een enorm, onbedoeld negatief effect gehad op 5 tot 12 miljoen Congolese burgers.”

Een telefoon die wel smart is?

Het Nederlandse bedrijf Fairphone stelde in mei 2013 dat het mogelijk is ruwe materialen als tin, tantaal, wolfraam en goud buiten mogelijk schimmige productieketens te kunnen winnen. Na drie jaar campagnevoeren voor meer bewustwording over conflictmineralen was het moment daar: een telefoon die de markt voor eerlijke elektronica zou openbreken. Wanneer de telefoon onverhoopt stuk gaat, kunnen mensen online reserveonderdelen bestellen en zelf de boel repareren. Bij de productie van deze telefoon worden conflictvrije mineralen gebruikt uit landen die juist getroffen waren door Sectie 1502. Zo koopt Fairphone tin, tantaal en wolfraam uit Congo en Rwanda in en gebruikt het bedrijf goud uit mijnen in Peru.

Fairphone stelde in juli 2015 bij de lancering van de Fairphone 2 samen met adviesbureau The Dragonfly Initiative een lijst samen met daarop de 40 materialen die in de telefoon zijn gebruikt. Hieruit volgde een speciale top-10: tin, tantaal, wolfraam, goud, kobalt, koper, gallium, indium, nikkel en zeldzame aardmetalen.

Waarom deze tien? Fairphone: “Deze materialen worden in de elektronica-industrie veel gebruikt en worden vaak geassocieerd met problemen binnen de productieketen. En het is niet waarschijnlijk dat ze in de nabije toekomst zullen worden vervangen.”

Fairphone onderzoekt bij elk materiaal wat de mogelijkheden zijn op het gebied van transparantie en aansprakelijkheid. Het is een kleine stap, maar een die al wel wordt gevolgd door grote spelers op de markt. In 2016 kondigde Apple namelijk aan dat het aan een programma werkt waarbij elke kobaltmijn wordt geverifieerd en waarbij 100% van alle kobaltsmelterijen en -raffinaderijen meedoen aan onafhankelijke controles.

Dit goede nieuws komt waarschijnlijk te laat voor de smartphone die je nu al bezit. Maar als je lang met je telefoon doet en deze recyclet (of inruilt) wanneer je een nieuwe nodig hebt, kun je voorkomen dat waardevolle materialen op stortplaatsen terechtkomen.

En als je dan op zoek bent naar een nieuwe telefoon, kun je zelf ook wat speurwerk doen en uitvinden welke bedrijven werken aan een toekomst waarin telefoons hun energie niet halen uit mensenrechtenschendingen.

 

Op de hoogte blijven van al het Lush nieuws? Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Lees meer:

Opmerkingen (0)
0 opmerkingen