Gratis verzending binnen Nederland bij bestellingen boven €55

IN DE HOOFDROL

Red Sumatra: het verhaal van de herstel-helden en de orang-oetanopvang

Er komt wereldwijd steeds meer aandacht voor het palmolie-probleem en de tweede campagne van Lush in samenwerking met de Sumatran Orangutan Society is afgerond. De hoogste tijd voor een update! Lush Times-schrijver Katie is daarom in gesprek gegaan met de helden die zich bezighouden met herstelprojecten op Sumatra.

Het team van het Orangutan Information Centre (OIC) is net bezig met een conflict: er bevindt zich een orang-oetan op het land van een lokale boer en hij eet zijn gewassen op. Het team moet beoordelen of de orang-oetan terug naar het bos kan worden gelokt, of dat-ie verdoofd en teruggeplaatst moet worden. Als ze niets doen loopt het dier het risico te verhongeren of gedood te worden door stropers. Baby-orang-oetans kunnen bovendien ontvoerd en verkocht worden door de illegale dierenhandel.

“De orang-oetanopvang is het laatste redmiddel,” zegt Panut Hadiswoyo - een OIC-vertegenwoordiger die op dit moment, met zijn collega Mustaqim, met Lush samenwerkt en zich bezighoudt met de projecten op Sumatra. “In een ideale wereld bestaat er geen orang-oetanopvang.”

Het team redt zo’n 30 orang-oetans per jaar en werkt samen met boeren op Sumatra die voor de organisatie ‘het veld’ in de gaten houden. Panut legt uit hoe belangrijk het is om de situatie op de voet te kunnen volgen: “Bossen krimpen en krimpen, dus er wordt ook steeds meer leefgebied verstoord. Als er meer bos in de problemen komt, dat komen er ook meer orang-oetans in de problemen.”

Met teams aan zowel de oost- als de westkust van Sumatra staan ze op elk moment van de dag klaar om te reageren op elk conflict. Hoe meer Sumatraans bos verdwijnt door de aanleg van palmplantages, hoe meer orang-oetans hun thuis verliezen.

Olifanten en tijgers worden ook bedreigd

Het Leuser-ecosysteem, een gebied op Sumatra, is het laatste bolwerk voor Sumatraanse orang-oetans. Het is ook de enige plek ter wereld waar tijgers, olifanten, neushoorns én orang-oetans samen voorkomen. Maar dat alles wordt nu bedreigd...

Tijdens het monitoren van de orang-oetans vindt het OIC-team vaak andere dieren in de problemen. Zo stierf pasgeleden een baby-olifant op een palmplantage nadat-ie vast kwam te zitten in een greppel, te diep om nog gered te kunnen worden door z’n moeder. En tijgers dwalen af naar boerderijen en de bewoonde wereld, op zoek naar voedsel. Panut hielp onlangs nog bij de arrestatie van een tijgerstroper en Mustaqim zag met eigen ogen hoe een tijger werd gedood.

Dit is de grimmige realiteit voor dieren die hun natuurlijke habitat hebben verloren, maar mensen zoals Patut en Mustaqim werken hard aan een andere, betere toekomst voor de Sumatraanse bossen en haar inwoners.

Ontbossing voorkomen met alternatieven

De orang-oetan is dan wel het ‘gezicht’ van de herbebossing van Sumatra, maar zij zijn helaas niet de enige slachtoffers van de ontbossing. Panut vertelt over een paar andere projecten waarmee ze natuur en milieu willen beschermen, en hoe deze verbonden zijn aan ingrediënten die vaak voor cosmetica gebruikt worden.

“Mijn taak op Sumatra is om mensen te helpen meer ontbossing te voorkomen,” legt Panut uit. Hij vertelt dat landbouw de belangrijkste oorzaak van ontbossing is, dus daar focust hij zich op. In alle projecten waaraan hij meewerkt ligt de nadruk op kleinschalige in plaats van industriële megaboederijen.

In plaats van mensen op te dragen te stoppen met de industriële landbouw, bieden Panut en het OIC biologische alternatieven, waaronder permacultuur-opties, die niet alleen de aarde en de mensen helpen te beschermen, maar ook lokale boeren helpen om hun opbrengsten en inkomsten te verbeteren.

Het beschermen van de grote beo

Op het Indonesische eiland Nias bestaan twee verhalen over de bosvogel de grote beo. Het ene verhaal is dat deze inheemse vogel als de mascotte van de provincie wordt gezien, vaak in kokospalmen broedt en menselijke spraak fantastisch nabootst. Het andere verhaal is dat de grote beo vaak wordt opgesloten, gesmokkeld en steeds sneller op uitsterving in het wild afstevent, omdat de vogel wordt gevangen voor illegale (huis)dierenhandel.

Panut en Mustaqim werken aan een project dat zich richt op het voortplanten van de grote beo in het wild om zo hun aantallen te beschermen. Tegelijkertijd betrekken ze hierbij lokale boeren die hun kokosnoten aan Lush verkopen. Panut en Mustaqim vertellen hen over de problemen en vragen de boeren te helpen de vogels te beschermen die in hun kokospalmen broeden.

Orangutan -  photo by Andrew Walmsley

Wilde dieren in de problemen

Op Nias’ buureiland Simeulue bevindt zich een andere kokosolie-bron van Lush, en een ander verhaal van wilde dieren die in de problemen zijn. Schildpadden leggen hun eieren op stranden vlakbij de kokospalmen, maar deze eieren worden gestolen en als delicatesse verkocht. Panut en Mustaqim werken daarom nu samen met een lokale non-profit organisatie en de kokosnoot’boeren’. Gezamenlijk patrouilleren ze op de stranden om zo de schildpadeieren te beschermen, en ze de kans te geven om zich voort te kunnen planten.

Terug op het vasteland in het Leuser-ecosysteem raken olifanten, net als de orang-oetans hun thuisbos kwijt. De laaggelegen stukken land worden gebruikt voor palmolie, en terwijl veel andere dieren gedwongen worden naar grotere hoogten te vertrekken, kunnen olifanten zich simpelweg niet aanpassen. Ze komen vast te zitten, omdat de stukken land tussen de beboste gebieden vernietigd zijn. Er zijn naar schatting minder dan 250 van deze olifanten over in het Leuser-ecosysteem; hun aantal is in de afgelopen tien jaar met 70% gedaald.

Panut legt een ander probleem uit: olifanten lijken vooral de smaak van oliepalmbladeren erg te waarderen, waardoor ze naar boerderijen afdwalen. Hier lopen ze het risico beschoten of vergiftigd te worden. Panut wil daarom experimenten met natuurlijke olifantenbarrières gemaakt met citroengras en chili - grondstoffen die olifanten meestal vermijden. Op die manier blijven ze op het juiste pad: weg bij de boerderijen. Bovendien wordt er een andere bron van inkomsten voor de lokale bevolking gecreëerd.

Hulp van lokale boeren

Er zijn nog meer projecten om biologische landbouw aan te moedigen. Panut en Mustaqim werken bijvoorbeeld samen met lokale boeren om betere manieren te vinden om patchouli te verbouwen en om te voorkomen dat mensen verder de bossen indringen. De meeste boeren in de regio zijn van mening dat voor elke batch patchouli (een plant die veel uit de grond haalt) een nieuw stuk land moet worden vrijgemaakt. Maar Panut moedigt de boeren nu aan om het land tussen de oogst te laten rusten en herstellen; deze ‘pauzes’ kunnen gebruikt worden om een ander, minder intensief gewas te verbouwen die ook een andere stroom aan inkomsten zullen opleveren.

Panut zegt: “De sleutel om het probleem aan te pakken, is om de telers in te schakelen. Zo voorkom je de zogenaamde brandlandbouw (slash and burn).”

Betrek de volgende generatie erbij

Door de Europese campagne van de Sumatran Orangutan Society en Lush werd in 2017  een stuk ex-palmplantage van 50 hectare in Bukit Mas in het Leuser-ecosysteem in 2017 gekocht en hersteld tot inheems bos. Kort hierna werd, dankzij een campagne in Azië, een aangrenzend stuk van 50 hectare gekocht dat nu voor boslandbouw word gebruikt.

Op dit land biedt een school gericht op permacultuur studenten aan om gratis te studeren, zodat de volgende generatie over natuurbehoud en permacultuur kan leren. “Onderwijs is een langetermijninvestering. We willen een groene generatie creëren die naast het National Park forest leeft,” zegt Panut.

Door middel van onderwijs hoopt Panut dat mensen de schoonheid van het bos en haar dieren zullen zien en dat ze het niet langer willen vernietigen. “Mensen willen het bos uitbuiten of ze willen het beschermen. Maar ze kunnen die keuze pas begrijpen als je ze onderwijst,” zegt hij. Hij vertelt dat de lokale bevolking positief heeft gereageerd en dat vooral de schoolkinderen enthousiast zijn over permacultuur.

Orang-oetans in de verte

Langzamerhand keren er wilde dieren terug naar het land. Zo zijn de brillangoer-apen, met opvallende ringen rond de ogen al gespot, en hebben de scholieren zelfs al orang-oetans in de verte gespot. Panut en zijn collega’s hopen dat het slechts een kwestie van tijd is voordat ze voorgoed terugkeren naar hun nieuwe thuisbos in Bukit Mas en dat dit verhaal over het succesvol herstellen van bossen anderen zal inspireren hetzelfde te doen in andere delen van Sumatra.

Lees hier meer over het werk van de Sumatran Orangutan Society.

Foto's: Andrew Walmsley

De orang-oetan is dan wel het ‘gezicht’ van de herbebossing van Sumatra, maar zij zijn helaas niet de enige slachtoffers van de ontbossing.

Opmerkingen (0)
0 opmerkingen